De weblog van Kim Brand

Transitie naar Wmo: een jaar om snel te vergeten!

 
Blog Kim Brand

De transitie vanuit de AWBZ naar de WMO heeft inhoudelijk veel gebracht (dagbesteding en begeleiding meer in de wijk), maar qua administratieve lasten is het mislukt. Enorme diversiteit aan eisen van gemeenten heeft geleid tot een enorme verantwoordingslast en controledrift. Gebrek aan duidelijke afspraken aan de voorkant en een duidelijk normenkader resulteerden in een taai- en moeizaam proces voor de WMO/Jeugdwet. Voor alle partijen bracht dit onduidelijkheid en onzekerheid; voor gemeenten, accountants en zorgaanbieders. Iedereen deelt de conclusie dat alle partijen over het gelopen traject niet gelukkig terugkijken, maar uiteindelijk is er maar één verliezer: dat is de cliënt. Immers, zorgaanbieders hebben lagere tarieven voor hun producten gekregen en hogere kosten moeten maken om hun geleverde zorg aan te tonen (accountantskosten en externe inhuur). Daarbij komt kijken dat de zorgaanbieders uiteindelijk een hard gelag betalen: zij zijn veelal lijdend voorwerp in de discussie tussen accountant en financiers. “wie betaalt, bepaalt” gaat op voor de gemeenten; ook als de normen achteraf worden vastgesteld voor de zorgaanbieders als het jaar al lang is afgelopen. Ten opzichte van de accountant bestaat een afhankelijke rol: “zonder controleverklaring geen geld van de gemeente”. Het resultaat: voorbeelden van accountantsverklaringen die meer dan de helft kosten van de declaratie waarover de verklaring wordt afgegeven!

Kortom: een verantwoordingsjaar om snel te vergeten. Hopelijk wordt de schade in 2016 eens een keer goedgemaakt. Om een voorzet te doen bijgaand drie belangrijke punten ter overweging voor accountants en gemeente om op te pakken:

  1. Pas één landelijk controleprotocol toe, dat wordt gedragen door de VNG (voorbeeld: IZA protocol). Dit voorkomt dat protocollen worden vastgesteld die vaktechnisch niet uitvoerbaar zijn voor zorgaanbieders of externe accountants.
  2. Zorg voor toepasbare criteria hoe de levering van de zorg/ondersteuning kan worden aangetoond. Maak hiervan een zoveel mogelijk uitputtende checklist. Dit voorkomt discussies die elk jaar weer terugkomen en bij elke zorgaanbieder opnieuw worden gevoerd. Dat is namelijk de ervaring van 2015.
  3. Bespreek wat de grenzen zijn aan controle in relatie tot vertrouwen dat het goede wordt gedaan en de samenhangende kosten die controle vraagt. Wat is haalbaar? Wat is werkbaar? Wat is registreerbaar?

 

De tijd en geld die hiermee wordt bespaard zal op landelijk niveau behoorlijk zijn. Het feit op zich dat door een landelijke lijn te volgen cliënten betere zorg/ondersteuning kunnen krijgen lijkt mij al reden genoeg om hiermee wat te doen. Al ligt de grootste uitdaging wellicht in de opgave om vanuit de decentralisatie gedachte soms vast te stellen dat nu eenmaal bepaalde zaken beter centraal geregeld kunnen worden…. Een punt ter overpeinzing!

  • Publicatiedatum:
  • Gepubliceerd door:
  • Bedrijf:
  • 01-06-2016
  • Kim Brand
  • Finance4Care
  • Links:
  •